Specialist in terraria en hun bewoners
Home » Informatie » Slangen » Pantherophis guttatus

Pantherophis guttatus
Rode rattenslang/maïsslang/korenslang

Herkomst:
Oosten en zuidoosten van de Verenigde Staten en Noord-Mexico.


Grootte:
Grootte: Volwassen dieren bereiken een totale lichaamslengte van gemiddeld 140 tot 160 cm, soms wordt de 180 cm overschreden. Dit doet zich vooral voor onder optimale condities in gevangenschap.



Habitat/Leefgebied:
Habitat: Voornamelijk naald en cypruswouden. Komt in het zuidoostelijk deel van de V.S. zelfs voor op moerasachtige ondergrond.



Verzorging:
Deze zeer populaire soort voor het terrarium wordt veelvuldig gehouden en nagekweekt in tal van kleurvormen. De rode rattenslang past zich uitstekend aan in gevangenschap, stelt weinig eisen aan verzorging, en is een dankbaar terrariumdier, heeft zelden last van stress en is bijna nooit defensief. Er zijn echter altijd uitzonderingen die de regel bevestigen. Defensievere exemplaren trillen met hun staart, en kunnen dan een duidelijk hoorbaar geruis maken, wat doet denken aan echte ratelslangen. Als beginnerslang kunnen we hem dan ook alleen maar warm aanbevelen. Een volwassen koppel kan men onderbrengen in een terrarium van minimum 100x50x50cm (LxBxD) als bodembedekking voorziet men een ongeveer 5 cm dikke laag van barksnippers of geperste maïskorrels. Een grote drinkbak, met steeds zuiver water mag niet ontbreken, evenals enkele stevige klimtakken en voldoende schuilplaatsen. Aan één zijde van de bak plaatst men een reflectorlamp als warmtebron. Men kan eventueel bijkomende verlichting voorzien in de vorm van een Tl-buis.



Kunstmatige cyclus:
Kunstmatige cyclus: De verlichting/verwarming dient tijdens de zomermaanden 10-14 uur in bedrijf te zijn. Dit bouwt men geleidelijk af samen met een lichte temperatuur reductie van enkele graden naar de wintermaanden toe, tot 8 uur per dag. Als algemene dagtemperatuur kan men het beste 22-26 C° aanhouden, met 30-32C° onder de warmtespot. Tijdens de nacht laat men de temperatuur dalen tot 18-22C°.



Voedsel:
In gevangenschap zijn ze meestal zeer vraatzuchtig, en nemen zonder problemen allerlei knaagdieren zoals muizen, hamsters en halfwas ratten tot voedsel. Opletten dat men niet teveel voert, anders kan er vervetting optreden. Wacht in ieder geval tot de vorige prooi volledig verteert en gepasseerd is vooraleer men opnieuw voert.



Voortplanting:
Is reeds veelvuldig gelukt in het terrarium. Men geeft gezonde, volwassen exemplaren een lichte afkoeling van een zestal weken, waarbij er nu en dan met onthardt water gesproeid mag worden. Paringen kunnen het hele jaar door plaatsvinden. De ovale, witte eieren worden meestal afgezet door het vrouwtje tussen april en juli.
Voorzie in deze periode een aflegdoos met vochtig mos of sphagnum. Als het vrouwtje geen geschikte aflegplaats voor de eieren vind, dan kan er legnood optreden. De eieren kan men het beste tot ontwikkeling brengen in een kunstmatige broeikast, bij een RV van 80% en een temperatuur van 28C°.
De ontwikkeling duurt onder deze omstandigheden een 60-tal dagen. Hogere broedtemperaturen kunnen afwijkingen, en zelfs sterfte bij de embryo’s veroorzaken. De jongen vervellen meestal binnen een zestal dagen voor de eerste keer, en gaan dan over tot zelfstandige voedselopname van levende en ook dode pinkies. Niet etende jongen kan men er dikwijls toe bewegen tot eten door enkele trucjes (zoals kopje van de prooi opensplijten, of het slangetje laten overnachten in een doosje met een dode prooi) eens ze zelfstandig eten groeien ze snel.


Opmerking:
Pantherophis guttatus voorheen gekend als Elaphe guttata. Recentelijk is deze soort onder deze nieuwe genusnaam geplaatst, samen met nog andere Amerikaanse Elaphe soorten. Zijn Engelse bruiknaam “Cornsnake” wordt in het Nederlands veelvuldig fout vertaald als “korenslang”, doet men de vertaling taaltechnisch juist, dan hoort deze “maïsslang” te luiden. Een andere bruiknaam die veel wordt aangewend luidt “rode rattenslang”. Pantherophis guttata is polytypisch wat wil zeggen dat er ondersoorten beschreven zijn. Naast P. g. guttatus kent men ook nog P. g. meahllmorum